Van de steenfabriek naar de dijk via Delfzijl, verzegelen van schip, controle met recherchevaartuig, extra jenever werkvolk, onderzoek Duitsers
P 36 -42
Smokkel
1
Schip bij steenfabriek, steen voor de kribben boven Delfzijl
2
roefscene Klaas in lange ondergoed stapt in de alcoof. Vader zit te lezen bij de kachel
stappen op het dek, geroep
M
Ister volk aan boord?
Vader opent de deurtjes van binnen gezien:
Ja, ik ben nog op. Kom er maar in.
Man klautert het roeftrapje naar beneden en gaat zitten.
Vader kijkt hem onderzoekend aan.
M
Ik kom met je praten over een ernstige zaak.Wij hebben een partij koffie en tabak, die we graag naar het wachtschip willen hebben. We zoeken naar een betrouwbare schipper die het wil afleveren. Er zit vijfduizend gulden aan. Zou jij er iets voor voelen schipper.
V
Nee, ik smokkel niet.
Man
Als je in een uurtje varen 5 rooie ruggen kunt verdienen, is het dan geen zonde het aan een ander over te laten. Het is voor jou zo veilig, dat we over risico's niet eens hoeven te praten. Jij wordt praktisch nooit gecontroleerd. De kommiezen vertrouwen jou volkomen.En zo dik is je boterham toch ook niet schipper, dat je vijfduizend gulden niet heel best kunt gebruiken.
V
Je hoeft niet verder aan te dringen, zei vader Ik doe het niet. De kommiezen(douane) vertrouwen me, dat heb je goed bekeken. En dat is een van de redenen dat ik het niet doe
Man
Schipper, denk nou toch eens goed na! Het is je laatste reis naar de kwelder. Je gaat morgenavond tegen donker door de sluis. Als je goed en wel buiten bent is het aardedonker en heb je praktisch vijfduizend gulden in je zak.Dat is toch niet iets dat je zo maar met een bokkige kop kunt weigeren! Je moet toch ook aan je gezin denken
V
Nou heb ik liever dat je opkrast. Ik doe het niet, ik heb altijd mijn brood in eer en deugd verdiend en daar wil ik het de rest van mijn leven op blijven houden. En daarmee is het uit. Er word niet meer over gepraat. Ik wens je een goeie avond
Man
Je zult er spijt van krijgen
V
Een goeie avond
KT
'Vader,' zei ik 'ik ben blij, dat je die Smit geen kans gegeven hebt.'
V
Ik wist niet, dat je nog wakker was,. 'Maar het is wel goed, dat je het gehoord hebt. Je weet nu meteen, dat hier aan boord onder geen enkele omstandigheid gesmokkeld wordt. En denk erom: mondje dicht. De mensen zijn geboren kletskousen en ze hebben aan één woord genoeg voor een roddel-praatje.')
S
Om halfzeven 's morgens porde vader me er uit om koffie te zetten.
Aan de wal stonden de arbeiders al te wachten: om zeven uur zouden ze beginnen met puinkruien. Ik ging even aan dek en zag, dat de kruiplanken al klaar lagen. Eén van de arbeiders kwam naar me toe.
A
'De schipper al uit kooi, zeun?
K.
'Ja, ik zal hem wel even roepen.'
A
Niet nodig, ik loop wel naar hem toe.
S
Klaas en arbeider kruipen in de roef waar de ketel staat te stomen en zijn vader zich aan het scheren is. We zien de scene vanuit de roef, waarbij de arbeider in tegenlicht staat in de roefopening.
V
'Wat is er aan de hand, Harm?'
Arbeider
'Kan ik je onder vier ogen even spreken?
V
'Niks geen vier ogen, spuit maar op.'
Arbeider
Maar die jongen van je!
V
Mag alles horen, komt er nog wat van?
A
'Nou Toxopeus, 'wat ik vragen wilde is dit: moet je van-daag de volle vracht of niet helemaal?'
V.
'Wat is dat nu voor een vraag,' 'Natuurlijk gaat de vracht er vandaag in. Tegen de avond moeten we met gelijk water door de sluis.'
Arb.
'Is Smit dan niet hier geweest?'
V.
Draai er maar niet verder omheen. Ik zal je wel op weg helpen. Ja, Smit is hier geweest en hij weet nu wel dat er met dit schip niet gesmokkeld wordt. Is het je nu duidelijk, Harm?'
Arb
Ja, maar schipper...'
V
Niks te maren. De zaak is afgehandeld.
Boot wordt volgeladen en zeilt door het Damsterdiep naar Delfzijl.
Volgende scene bij de sluis van Delfzijl
Kommies Bakker meldt zich met de fiets.
B
Gaan jullie vanavond nog naar buiten, Toxopeus?''
V
We gaan straks wel door de sluis, maar blijven vannacht nog binnen, morgenvroeg hebben we een best tij naar de kribben.
B
Dan kom ik meteen maar even aan boord om jullie te visiteren.
V
Dat is best,
Kommies B doorzoekt het schip en vindt niets.
Als je hier vanavond blijft liggen, zal ik je schip even moeten verzegelen.
V
Dat moet dan maar, ik haal de zegels er morgen voor het lossen wel af.
B
Je moet het me niet moeilijker maken dan nodig is, Toxopeus. Die zegels mogen alleen verwijderd worden door mij of door een van mijn collega's. Je treft ons wel bij je aankomst op de Kwelder.
V
Je hebt mijn boel nog nooit verzegeld,en nu mag ik ineens niet beginnen te lossen voor ik een kommies aan boord heb; wat betekent dat toch allemaal?
B
Je kunt er in elk geval op rekenen, dat je mijn vertrou-wen nog volledig hebt,En verder moet je het maar nemen zoals het is.
Volgende dag op de Dollard De Hoop onder vol zeil gevolg door een wat lompe politieboot.
V
'Dat is ook toevallig, dat de recherche hier net rond-kruist terwijl wij in zee gaan,' 'Ik denk dat we volgens de regelen van de kunst geschaduwd worden, jongens.'
DE Hoop gaat voor anker bij de kribbe en op afstand ook het politievaartuig. Er wordt geseind tussen het vaartuig en de wal, aan de wal blijkt dat commies Bakker te zijn. Deze klimt aan boord.
Tijdens dit proces zegt vader T tegen zijn zoons:
'Reken maar, dat we vandaag kommies Bakker aan boord houden tot het schip leeg is'
tegen B
'Je bent prachtig op tijd Bakker. Heb je goeie vrienden aan boord van het recherchevaar-tuig, die je nodig eens toe moest wuiven? Hartelijkheid is maar alles in het leven.'
B. ongemakkelijk
'Wij doen wat ons opgedragen wordt, Toxopeus. We moeten de ene dag schurken proberen te snappen en worden er de vol-gende dag op uitgestuurd omdat kletsmeiers geroddeld hebben over fatsoenlijke mensen. Als we zo'n opdracht krijgen, voeren we hem niet voor ons plezier uit - dat moet je je goed in je kop prenten. En je moet óók bedenken dat iemand met een zuiver geweten lak kan hebben aan onze controle.'
V
'Kom nou maar een bakje koffie drinken, wij begrijpen elkaar wel... of
Wil je een bakkie zuivere koffie Bakker...?