|  |
Foto: archief KNRM
Mees Toxopeus
De Ontwikkeling van de achttien jaar oudere Mees volgen we vanaf zijn positie als kapitein van de sleepboot van zijn oom Hendrik, beheerder (voogd) van het eiland Rottum. Mees wordt de stimulator achter het ontwerp van de "Insulinde". Door zijn oom wordt hij aan de heer Booij aanbevolen met de legendarische woorden: ….hij is woest , maar kalm". Op Rottum wordt hij schipper van de motorreddingboot De Hilda, gebouwd in Delfzijl door Jan Niestern. Het aantal ongelukken met reddingboten en de tienstallen redders die daarbij het leven laten stimuleren hem tot zijn brief aan de heer Booij.
De Insulinde
Rond 1920 komt Mees Toxopeus bij het reddingswezen en een aantal ongelukken met reddingsboten versterken hem in zijn mening dat er behoefte is aan behoefte aan sterkere schepen, die de extreme situaties in de branding aan kunnen.
Ongelukken rond die tijd:
de Van Heel uit Hoek van Holland, zes mensen omgekomen, 1 overlevende.
de Brandaris in dezelfde storm verloren gegaan, nooit meer teruggevonden. Drie mannen verdronken.
'Prins der Nederlanden' enige jaren later, ook uit Hoek van Holland vlakbij het schip door een breker omgegooid. Iedereen omgekomen .
de roeireddingboot van Schiermonnikoog, in een jaar twee keer omgeslagen, vier mensen gebleven.
Citaat van Mees Toxopeus in het boek "Woest maar kalm"
"Kijk eens die boten waren breed gebouwd, heel breed en er stond te weinig kracht in. Ik heb toen geschreven dat de reddingboten te breed waren, dat ze veel smaller moesten zijn. De mensen die met die boten uitvoeren, schreef ik, moesten als het nodig was de boot van binnen uit kunnen besturen. De bodem moest heel zwaar worden gemaakt en ze moesten een ketelvormig model hebben; een soort onderzeeboot boven water."
H.T.Booij , de secretaris van de reddingsmaatschappij, reageert snel op de brief en bezoekt persoonlijk Rottum.
Uit een gesprek 's-avonds bij de voogd , Hendrik Toxopeus thuis in 1922 is het volgende fragment:
- Mees :
- Het ligt niet aan de mensen, maar aan ons materiaal. Onze boten blijven in de branding niet overeind.
- Booij:
- Ja, ja......., maar wat voor boten moeten we dan wel hebben?
- Mees :
- Nou zoals ik u geschreven heb
- Booij :
- Ja, maar dat zou een hoop geld kosten
- Mees :
- Geld is er genoeg in de wereld. Met het uitvaren van die boten moet het toch eigenlijk zo zijn, dat de mensen die er mee uitgaan er ook veilig mee kunnen uitgaan. Ze moeten niet bang hoeven te zijn dat hun schip omslaat en dat ze daar zelf bij omkomen.
Zo werd de eerste aanzet gegeven voor de ontwikkeling en de bouw van de Insulinde, in staat om in het vuilste weer in de Nederlandse kustbranding overeind te blijven.
Lees verder over de Insulinde
|
Booij junior en senior
De heren Booij sr, secretaris van de KNZHRM en zijn opvolger en zoon Booij jr. Leidinggevende figuren die een grote rol speelden bij de veranderingen in die tijd en die, mede door hun marine achtergrond, een brug konden slaan tussen de hoge heren van het bestuur en de plaatselijke redders.
|