Voorjaar 2002
In het voorjaar een brainstorm sessie met vrienden uit Engeland, Paul en Tessa Clowney. Paul heeft een grote animatieserie gemaakt voor Channel 4 in Engeland, was fotograaf in Vietnam, studeerde aanvankelijk in Amsterdam, ontmoette daar Tessa uit Australie, en zij wonen nu al meer dan 25 jaar in Engeland. Hij is creatief op vele terreinen, kan hout bewerken, websites ontwerpen, een figuur waar je met de wildste ideeën terecht kunt. Je hebt mensen in je leven nodig waar je alles tegen kan zeggen en die alles tegen jouw zeggen in de grondwetenschap dat je van elkaar houdt. Pingpongen met ideeën noemen wij zulke ontmoetingen op een mooie oude boerderij vlakbij Auxerres. Dit soort ontmoetingen laadt mij dan weer op om zo'n betrekkelijk groot project aan te pakken. Op zo'n moment heb je weinig aan boekhouders want die kijken alleen maar uiterst verontrust en zien het faillissement al in de tuin staan.
In die tijd maakte ik contact met de erfgenaam van Klaas Toxopeus, mevrouw Gini Kuipers -Toxopeus en haar man Johan Kuipers. Van het begin af aan klikte het en wij zijn in de loop van het jaar wat betreft het contract op de rechten van het boek er goed uitgekomen. Ook zij hebben wel wat zorgen over de consequenties(financieel) van deze onderneming voor mij en mijn vrouw. In die tijd begon ik steeds meer boeken aan te schaffen over het reddingswerk en over de schippersmilieu waarin de twee 'Toxen', schipper Mees en stuurman Klaas en hun andere broers en zussen zijn opgegroeid.
Zomer 2002
Zoals er verschil is tussen Urk en Katwijk zo is er verschil tussen de zeevarende schippers en die van de binnenvaart. Je kunt je voorstellen dat de kusten van de Noordzee meer risico's met zich meebrengen dan de IJssel of de Rijn, alhoewel het op de Zuiderzee behoorlijk kon spoken. Je moet toch wat avontuurlijker zijn aangelegd. Uit de boeken van Frits Loomeyer bleek me dat er verschillende groepen schippers waren die of langs de kusten van de Noordzee richting de Oostzee voeren of richting Engeland, Belgie en Frankrijk. Zij vormden in de tijd van de zeilvaart een hechte groep, die bv zondags in een vreemde haven zij aan zij lagen. Op zondag werd er niet gewerkt tenzij je onderweg was, het logboek vermeldt dan steevast: "Vieren den zondag".
Bij een oude dispuutvriend Prof Dr W.Grosheide verkreeg ik wat advies op gebied van auteursrecht en maakte contact met Unieboek, de uitgeverij die misschien op dat moment de rechten nog zou bezitten. Zij deden niet moeilijk en waren zeer behulpzaam, zij zagen geen brood meer in een herdruk. Inmiddels schafte ik een scanner aan en een OCR software programma. Dat maakt het mogelijk een gescande pagina van een boek om te zetten in een Word document, waarna je dus de lay-out en het lettertype etc kan veranderen; zeer handig…..! Uiteindelijk moet er, vind ik, een speciale filmuitgave komen van het boek.
Uit telefoongesprekken met Frits Loomeyer, die toen nog curator was van het Scheepvaartmuseum in Amsterdam en nu dezelfde functie vervult in het Maritiem Museum te Rotterdam, bleek er een Insulinde-dag op stapel te staan waarop zijn boek '75 jaar Insulinde' ten doop zou worden gehouden. Het congres stond in het teken van veiligheid op zee.
November 2002
Op 22 november liep ik het Scheepvaartmuseum binnen waar een aantal sprekers het onderwerp vanuit allerlei richtingen kort en bondig bespraken. Na afloop maakte ik kennis met een aantal leden van de oude reddingsbootvereniging: Oude Reddingsglorie, met een kort aangebonden heer van 72 jaar die de zoon van Mees Toxopeus bleek te zijn en zelf jarenlang zeeloods is geweest te Rotterdam. De opvolger van Frits Loomeyer, Elisabeth Spit ontmoette ik daar en beloofde langs te komen. De Insulinde is eigendom van het Scheepvaartmuseum en als ik het schip zou willen gebruiken in de film moet ik hun medewerking verkrijgen. Het boek van Loomeijer over de Insulinde leest als een trein en geeft me tot op vandaag vele aanknopingspunten en ideëen.
Lees verder het jaar 2003