'The making of'

Logboek van de producent
12 december 2003

Terschelling

Om 08.20 varen we de haven van Ameland uit en genieten weer van een mooie morgen. We hebben de laatste vloed tegen naar het Borndiep, zijn van plan om even naar buiten te steken en dan langs de Koffieboonplaat en hoog langs Terschelling naar West-Terschelling te varen. Plannen maken is een, uitvoeren twee. Na twee uur varen zijn we dicht bij de branding en merken we dat, vanwege de harde wind van de vorige dag, er een stevige deining staat.

We besluiten een route te nemen over het wad en varen langs de WA23 naar de BB24 rood en BB3 groen. De rode ton staat al droog en vijftig meter onder de groene ton wenkt de branding van een plaat uitnodigend. We liggen nu dwars op de golven en schommelen behoorlijk, passeren de groene ton en richten ons op de volgende rode als de motor, vijf jaar oud en slechts driehonderd uur gedraaid, er opeens meer ophoudt.

Gelukkig zitten we in ieder geval niet verder het zeegat uit denk ik nog even. Jelle laat het anker vallen en duikt de machinekamer in. Het filter wordt gecontroleerd, goed en lang doorgestart, motor draait uiteindelijke weer, anker op en we gaan weer. Het probleem is niet duidelijk maar heeft zeker te maken met brandstofaanvoer en het schommelen. Twintig minuten verder zijn we weer in een diepere slenk, de Blauwe Balg, varen bijna terug dicht naar de branding en de brekers van het Boschgat als de motor weer afslaat.

We schommelen stevig en het vermoeden wordt geuit dat de tank van de witte diesel die maar 5 cm hoog is te veel lucht levert.Al schommelend en drijvend wordt de tank weer volgetankt vanuit de jerrycan en weer lang doorstarten. Telkens slaat de motor aan om dan weer uit te gaan. Na twintig minuten blijft hij aan we sturen maar recht over het wad weg van de diepte en de golven en na twintig minuten zitten we weer in de route en in de rust. De normale tank van 1000 liter dient voor de rode diesel, de tanks van de witte diesel zijn veel kleiner, samen 150 liter en door de hoogte gaat de diesel al snel schommelen en levert lucht met de diesel, lijkt de verklaring. De Deutz pompt 10liter per minuut rond, deels als koeling voor de pomp deels als aanvoer. Die hoeveelheid is klaarblijkelijk te veel als de Vrouwe Theodora stevig schommelt. We bespreken mogelijke oplossingen, een dagtank van 50 liter, goed vierkant tussen de tanks en de motor kan een oplossing zijn, of de bestaande tanks op hun zij zetten. We treinen nu over het wantij waar nog steeds, twee uur na de vloed twee meter water staat en langs talloze vissers staken(oesterbanken?) naar West Terschelling.

Een telefoontje aan de schipper van de KNRM aldaar verzekert ons van een plek aan de KNRM-ponton. We kruisen de Noorder Balgen en duiken tussen vissersstaken de Oosterom in, nog steeds genoeg water op de platen. De haven van Wester-Terschelling is een van de mooiste havens aan ons Wad om binnen te varen; de Brandaris stoer in het midden en dan het dorp langgerekt eronder, de haven strekt zich uit tot voorbij de voormalige Zeevaartschool , nu het Maritiem Instituut Willem Barendz. Gewaarschuwd door Ane Ruig naderen we voorzichtig de KNRM-ponton, sluipen langs het passagierschip de Stortemelk en draaien achteruit langs het ponton wat nog maar twee jaar oud is. Het is 14.30, zes uur na vertrek uit Ameland.

Om 4.30 neem ik de Koegelwiek naar Harlingen en om19.00 sta ik op station Zuidhorn, alwaar mijn geliefde en een dag rust wacht. Zaterdagavond weer terug en zondagochtend een dienst meegemaakt waarin een Chinees jongetje luisterend naar de naam Eric gedoopt werd en zo te zien een mooi jongensleven tegemoet gaat op Terschelling. We stappen 's-middags bij windkracht 7 naar de Noordkaap en genieten van branding, zon en wind en komen uiteindelijk zanderig terug op het schip.

Maandagochtend melden we ons even bij de VVV, waar de directeur, evenals in Ameland, een druk bestaan heeft. Vervolgens langs de bekend zaken, hotels en het maritiem Instituut Willem Barendz, waar het hoofd opleidingen Gerrit van Leunen mij hartelijk welkom heet en goede adviezen geeft. Kan zo'n film ook bijdragen aan de belangstelling van de jeugd voor het zeemansvak? Nooit over nagedacht, maar ja we volgen o.a. Klaas Toxopeus vanaf zijn twaalfde jaar. Zijn vader wou een zoon thuis bij moeder hebben en stuurde hem naar de fabriek, waar hij anderhalf jaar zijn plicht deed en ondertussen zo veel mogelijk tijd doorbracht aan de haven van Delfzijl, luisterend naar de verhalen van zijn varende broers. De zee trok en trok aan hem en hij weet zelf niet waarom, alleen maar dat alles wat met het varen te maken had hem altijd geboeid heeft. Dus kan deze film jonge lieden enthousiast maken voor het zeemansvak? Antwoord : Wis en waarachtig!

Het bekende werk van je verhaal vertellen, posters en kaarten uitdelen verloopt ook op West Terschelling vlot en goed. Tussendoor gebeld met Gerard Muiser van de Terschellinger en Jan Heuf. Dinsdag begint met een interview met G. Muiser die ook weer allerlei suggesties heeft en uiteindelijk ook Gerald de Weerd met ons in contact brengt, werkzaam voor het ´t Behouden Huys . Hij blijkt goed bekend in historisch maritiem Nederland en niet e stuiten in zijn enthousiaste verhalen over de Batavia, Albany, de sleepboot de Holland en vele andere zaken. Een bezoek aan het museum geeft mij een blik op een zeer fraai model van de eerste Holland, een stoomsleepboot die toen al 16 mijl per uur kon varen en voor een stoomboot snel op stoom kon komen. Bij berging is snelheid een belangrijke voorwaarde om het schip in nood op tijd te redden en /of je concurrenten voor te blijven….

Hans van Seventer


© -10° Media Producties