'The making of'

Logboek van de producent
10 januari 2004

Per schip de boer op voor een film

    Hier de tekst van het artikel op pagina 2 van het Finacieele Dagbad van zaterdag 10 januari 2004.
    Copyright (c) 2004 Het Financieele Dagblad
Je eigen zaak verkopen om een film te kunnen maken. Dat deed Hans van Seventer (60), voormalig uitgever van kunstkaarten en -boeken. Per schip reist hij nu door het land om geld op te halen voor een speelfilm over de reddingswerkers Mees en Klaas Toxopeus.

AMSTERDAM - Eind deze maand zal blijken of de langgekoesterde wens van Hans van Seventer kans van slagen heeft. Twee jaar geleden verkocht hij zijn uitgeverij Art Revisited, gespecialiseerd in kunstkaarten en -boeken, om zich volledig op iets heel anders te kunnen storten. Hij wil graag een speelfilm maken over de gebroeders Mees en Klaas Toxopeus, die tussen 1927 en 1965 vanuit het Friese Oostmahorn met hun reddingboot Insulinde meer dan 300 mensen redden. Hun bekendheid als nationale helden werd nog vergroot door de boeken die Klaas Toxopeus over zijn ervaringen schreef.

Het scenario is opgehangen aan een historische gebeurtenis uit 1933, toen het Finse vrachtschip Alexa schipbreuk leed op een zandbank ten noorden van Ameland. In een vliegende branding werden alle vijftien opvarenden gered.

Van Seventer treedt niet alleen op als producent, hij is ook van plan zelf de regie te doen. Als filmer is hij dan ook niet helemaal een onbeschreven blad. Zijn contacten in de kunstwereld stelden hem in staat de afgelopen tien jaar ruim 160 kunstenaarsportretten te maken voor de EO. De Redding moet zijn eerste speelfilm worden. De kosten zijn begroot op zo'n euro 2 mln.

Van Seventer probeert dat bedrag zoveel mogelijk op eigen kracht binnen te halen. Daartoe bewandelt hij een vrij ongebruikelijke weg. Om te beginnen heeft hij een uiterst laagdrempelig financieringsplan opgesteld. Iedereen kan voor euro 15 een publieksaandeel kopen. Als de film af is, kun je dat inwisselen voor een toegangsbewijs. Daarnaast kunnen bedrijven meedoen als investeerder. Het sluitstuk is een commanditaire vennootschap met aandelen van euro 500. Maar let wel: dit wordt een gewone cv, zonder de fiscale voordelen van de film-cv.

De KNRM (Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij) heeft zich inmiddels achter het plan gesteld. Het nieuwtje zal ongetwijfeld een plek vinden op een uitvoerige website over de film, waar Van Seventer ook een logboek bijhoudt van zijn rondreis per schip om het project te promoten. Vanuit het noorden is hij afgezakt tot Amsterdam, waar hij nu in het IJ ligt afgemeerd langs het Nemo-gebouw.

Eind januari maakt hij de balans op. De laatste stand heeft hij niet bij de hand, maar 'meer dan vijfentwintigduizend euro zal ik nog niet hebben', zegt hij in de kajuit van De Vrouwe Theodora. Wat doet hij bij onvoldoende respons? 'Dan treedt plan B in werking. Dan maak ik er eerst een paar documentaires over. Ik heb al twee jaar zóveel research gedaan, ook over het reddingswerk in het algemeen. Ik geef niet zomaar op.'

Is dat budget van twee miljoen niet te laag voor een film over een scheepsramp? Niet als je op allerlei manieren de kosten drukt, zegt Van Seventer, zoals het draaien met digitale camera's. Ook heeft hij contact gelegd met een ervaren berger, die hoofd maritieme operaties wordt: 'Als hij bijvoorbeeld iemand van Smit belt van: jongens, we hebben een wrak nodig bij die eilanden en wat pontons, dan ga ik ervan uit dat ik dat bijna voor niks krijg.'

En met al die dure speciale effecten hoef je bij Van Seventer niet aan te komen: 'Ik heb nog nooit een maritieme film gezien waar ik overtuigd was van de geloofwaardigheid van de scčne.' Wat is dan het alternatief, als hij die schipbreuk moet filmen? 'Dat je het in het echt filmt.' Dat lijkt een riskante zaak, maar Van Seventer vindt dat nu juist de uitdaging: 'Ach, ik ben tien jaar documentairemaker. Dan ben je veel meer gewend aan risico.'

De liefde voor film - en ook voor toneel - zat er bij hem er al vroeg in. Op het lyceum in Oegstgeest maakte hij samen met de rector een film over de bouw van de school. In de jaren zestig ging hij studeren aan de Vrije Universiteit, eerst medicijnen en later filosofie. Maar hij stak ook veel tijd in het studententoneel en soms zag hij wel zes films per dag. Met zijn gereformeerde achtergrond lagen dit soort activiteiten eigenlijk niet zo voor de hand. 'Maar mijn ouders waren redelijk liberaal', zegt hij grinnikend.

Het was dan ook niet uit protest dat zijn doctoraalscriptie handelde over de marxistische filosofie en esthetica. 'Ik ben niet marxisme gaan studeren omdat ik zo links was. Ik wilde gewoon weten wat het was.'

Hij studeerde af in Groningen bij Gerard Corver en Rudi Dutschke, de Duitse socioloog en studentenleider, die destijds in het Deense Arhus woonde. De laatste twee jaar van zijn leven - tot hij op kerstavond 1979 overleed aan de gevolgen van een aanslag uit 1968 - gaf Dutschke college in Groningen.

'Het was bijna het onderwerp van mijn eerste documentaire', zegt Van Seventer spijtig. Hoewel ze het lang niet altijd eens waren, kon hij het goed vinden met 'der Rudi'. Zó goed, dat ze zelfs hadden afgesproken dat Van Seventer een documentaire over Dutschke's leven zou maken. Het had heel boeiend kunnen worden, niet alleen vanwege hun goede verstandhouding, maar ook om wat Dutschke hem ooit had toevertrouwd: 'Ich bin ein wahren Christ gewesen.'

Dat was niet aan dovemansoren gezegd: 'Dat verhaal over christendom en marxisme wilde ik ook wel eens met hem doornemen.' Maar toen er spijkers met koppen gesla-gen moesten worden, schrok hij terug voor de financiële en praktische consequenties: 'Ik zeg: ik doe het dus niet. En verdraaid, een half jaar later overlijdt hij. Ik had commercieel gezien goud in mijn handen gehad.' Dat zal hem niet nog eens overkomen, zegt hij nu.

In 1985, nadat hij een aantal jaren leraar maatschappijleer was geweest, begon Van Seventer voor zichzelf. Aanvankelijk vanuit de achterbak van een oude Mercedes, als bemiddelaar bij de verkoop van schilderijen: 'Ik organiseerde Tupperware-avonden met kunst.' Daar kwam al snel de uitgeverij van kunstkaarten bij. Iedereen raadde het hem af, maar hij wist dat hij het winstgevend kon maken als het buitenland erbij kwam. Na vijf jaar kreeg hij een Engelse distributeur: 'Toen begon het te lopen.'

Het loopt nog steeds. Toch bleven die boeken van Toxopeus door zijn hoofd spoken. Hij wist van de erfgenamen de rechten los te krijgen, verkocht zijn uitgeverij en begon zijn weg te zoeken in het Nederlandse filmwereldje. Hoe langer hij daar als outsider rondkijkt, des te meer ontdekt hij dingen die volgens hem niet in de haak zijn. Vandaar zijn advies aan onderzoeksjournalisten: 'Als je iets wilt onderzoeken, dan zou je eerst eens moeten proberen om de echte begrotingen boven tafel te krijgen. Die krijg je niet. Dat is raar, want het is voor het grootste deel overheidsgeld wat erin zit. Waarom is daar geen openheid over?'

Hij heeft veel kritiek op de film-cv. Als voorbeeld neemt hij de notariële akte van een recent bioscoopsucces. 'Als je die akte leest, ben je dus mede-eigenaar van die film. Dat klinkt allemaal mooi, maar het is zo geregeld dat je niks te zeggen hebt als commanditair vennoot. En wanneer wordt de winst gemaakt? Wie bepaalt dat? De beherend vennoot van dat bedrijf zelf. Dus die kan altijd wel een kostenpost opvoeren, elk jaar weer, waardoor de winst nooit wordt uitbetaald. Dat is op z'n zachtst gezegd een onheldere gang van zaken.'

Zijn filosofie is helder: 'Voor mij is het simpel. Je zet een onderneming op, je vraagt mensen daarin te investeren. Dat doen ze niet voor je blauwe ogen maar ze kijken naar die plannen en je track record en ze moeten er iets mee hebben.' En hoe zit het met het rendement? Daar staat niets over op die site. 'Ik wil een film maken die investeerders hun geld teruggeeft, met rente.'

Uit nieuwsgierigheid belde hij naar Senter, het kantoor van Economische Zaken dat producenten het groene licht geeft voor een film-cv. Ze zeiden: 'Er zijn nog honderd wachtenden voor u.' Rouwig is hij er niet om. 'Ik vind het een absurde maatregel. De overheid heeft altijd gezegd dat ze de Nederlandse film financieel volwassen wilde maken. Dat is de Nederlandse film totaal niet. Hoeveel van die cv-films zijn er naar het buitenland verkocht? Je móet internationaal scoren.'

Daarom wil Van Seventer met zijn film hetzelfde doen als met zijn kunstkaarten: hij mikt op een internationaal publiek. Hij gaat twee versies maken, een Engels- en een Nederlandstalige (waarin veel Gronings en Fries te horen zal zijn). 'Ik zou diep teleurgesteld zijn als deze film in Engeland of Scandinavië niet zou scoren. Ik maak geen film voor alleen de Nederlandse markt. Als ik geen miljoen bezoekers haal in Nederland en in het buitenland niet scoor, heb ik gefaald.'

HANS HOES

Copyright (c) 2004 Het Financieele Dagblad

Hans van Seventer


© -10° Media Producties